Basismodel voor filmgeletterdheid

Filmeducatie heeft als doel om kritische, creatieve, bewuste, open, actieve, analytische houding tot film te generen. Hiervoor bestaat geen kant-en-klaar recept dat voor elke leerling werkt. Het onderstaande model biedt ingrediënten, kaders en doelen – elementen die uiteindelijk gecombineerd kunnen worden tot een smakelijke les, vak of project.

Kortom; het model brengt focus in WAT geleerd wordt, WAAROM het geleerd wordt en HOE het geleerd kan worden. Bekijk een aantal VOORBEELDEN hoe filmeducatie kan worden ingezet om beeldgeletterdheid te bereiken.

 

model.png

Drie leerdoelen [WAAROM]

Er zijn drie centrale leerdoelen binnen filmgeletterdheid.

Kritische (kijk- en maak) vaardigheden ontwikkelen:

Je waardeert film als kunstvorm en communicatief medium. Je herkent de specifieke culturele context en/of visie die de film reflecteert. Je kan die toetsen aan je eigen referentiekader. Je beseft dat bepaalde filmtechnische keuzes de perceptie van de kijker kunnen beïnvloeden. Je kan je kritisch uiten over een film en je staat open voor de mening van anderen.

Creatieve processen inspireren en faciliteren:

Je krijgt inzicht in de filmtaal en leert die te beheersen. Je kan expressieve en creatieve keuzes maken om je eigen visie te delen via beelden. Je kent het productieproces van film en past dit toe in de praktijk. Je maakt ideeën beschikbaar voor anderen zodat je samen een film kan maken.

Culturele vaardigheden/bewustzijn creëren:

Je reflecteert over je eigen leerproces. Je kan samenwerken en je kennis over film(maken) delen met anderen. Je kijkt onbevangen naar verschillende filmcreaties. Je ontwikkelt een groter maatschappelijk bewustzijn door open te staan voor de specifieke culturele context van de film.

 

Vier focusgebieden [WAT]

Om de doelstellingen te bereiken kiest het model ervoor om te kiezen voor vier kenmerkende filmische focusgebieden*:

Filmverhaal

De narratieve elementen van een film, thematieken en ontwikkeling van personages en de functie van de verhalen (vermaak, informatie, kunst, overtuigen).

Filmtaal

De grammatica van film; het lezen, analyseren en interpreteren van filmische beeldtaal, het ontwikkelen van een filmvocabulaire, identificeren van techniek, technische verhaalstructuren als plot, story en scenario benoemen welke impact dit deze heeft op de kijker.

Filmcultuur

Kennis van de ontwikkeling van film(genres, technieken en stijlen) in de sociaalhistorische context van de 20e en 21e eeuw. Inzicht geven in de manieren waarop film invloed heeft op en wordt beïnvloed door de maatschappij waarin het wordt geproduceerd.

Filmproductie

Het maakproces van een film en de audiovisuele technieken die hierbij gebruikt worden. Uitleg van crew, cast, pre- en post-productie, distributiekanalen en archivering.

*de focusgebieden zullen in een les altijd voor een deel overlappen. Wel geeft het handvaten om bewust te kiezen voor welk aspect van filmeducatie je kiest in een les.

 

Zeven leerervaringen [HOE]

De focusgebieden worden ingevuld door het inzetten van zeven leerervaringen* die kennis over film kunnen ontwikkelen, contextualiseren en verdiepen:

  • Het actief kijken** en observeren van films

  • Het analyseren en de betekenis onderzoeken

  • Het gebruiken van fantasie en verbeelding

  • Een eindproduct samen maken waarin ideeën creatief werden vormgegeven

  • Het persoonlijk reflecteren en aftoetsen aan je eigen referentiekader en dat van een ander

  • Het ontdekken van nieuwe vormen, technieken & genres

  • Je kan je ervaringen en het filmproduct bewust delen met anderen (je kunt keuzes maken hoe en waar je je mening of product deelt en hebt een beeld van het publiek dat je daarmee bereikt)

**Een filmeducatieve activiteit is steeds een samenstelling van diverse leerervaringen. Er is geen vaste volgorde. De keuze en intensiteit van een bepaalde leerervaring varieert door het niveau van de groep en het leerdoel dat je wilt bereiken.

 

Bewust samenstellen van lessen [VOORBEELDEN]

De focusgebieden [wat], leerdoelen [waarom] en leerervaringen [hoe] zijn onderling verbonden en te combineren. Hierdoor kan in diverse vakken filmeducatie worden ingezet door een eigen vrije mix te creëren om een specifiek leerdoel van filmgeletterdheid te bereiken. Voorbeelden:

Propaganda – geschiedenis

Je wilt de kritische blik [waarom] van je leerlingen prikkelen inzake propaganda in WO II. Je gebruikt de films van Leni Riefenstahl als voorbeeld om de filmtaal [wat] in haar films te duiden. Dit kan o.a. door ze te laten kijken, reflecteren en analyseren [hoe]. Met welk cameraperspectief wordt Hitler gefilmd [van onderen]? Wat voor effect heeft dit [hij lijkt groter en imposanter]? Hoe worden de sporters gefilmd [als Griekse goden] – waarom is dit gedaan [übermenschassociatie]. Op welke wijze wordt de grootsheid van het Derde rijk in beeld gebracht [grote totaalschots met veel massa]?

Maar dit kan ook door hen zelf een overtuigende boodschap te laten maken en verbeelden en dit te delen [hoe]. Welke techniek gebruiken zij om het publiek te overtuigen? Welke kanalen gebruiken ze om hun boodschap de wereld in krijgen? Welk medium het effectiefst om de boodschap aan de man te brengen.

Stereotypen – maatschappijleer

De representatie van Aziaten door de filmgeschiedenis heen [wat] geeft veel handvatten om het culturele bewustzijn en de kritische blik van leerlingen te vergroten [waarom]. Door te kijken naar Breakfast at Tiffany’s (1960) [met een overdreven gegrimeerde westerse Mickey Rooney als Aziaat] en Crazy Rich Asians (2018) [moderne westerse film met een volledige Aziatische cast – met voor en tegenstanders over de wijze van representatie] actief te laten kijken [hoe] naar de verschillen in representatie geef je hen handvaten om een dialoog te starten over stereotypen en beeldvorming in media.